Anders kijken naar zelfevaluatie

We zaten aan de koffie. Eén jaar RvT alweer in de nieuwe samenstelling, het was om voor ze het wisten. Tijd voor de eerste zelfevaluatie, onder externe begeleiding. En dus ging vorige week de telefoon: of BdB die externe begeleiding kon verzorgen? Nu zaten we aan tafel, halverwege de koffie. Ik besloot het maar gewoon te zeggen: “Ik geloof niet dat ik dit moet doen.”

Er viel een stilte, ook door mijn eigen ongemak. “Je weet hoe het verdergaat”, zei ik toen. “We voeren gesprekken of er worden vragenlijsten ingevuld, we doen een sessie en dan komt het verslag. En al spreken we af dat jullie dat zelf schrijven, toch vragen jullie me een paar regels op papier te zetten. Dus schrijf ik het verslag en dan gaat ergens in het voorjaar van 2022 wéér de telefoon.

Maar wat als we er nou eens anders naar kijken? Als jullie nou eens tien jóngeren uitnodigen voor de koffie? En dan aan die jongeren uitleggen wat jullie toevoegen aan hun onderwijsorganisatie?”

Weer was het stil. De secretaris van de RvT was de eerste die reageerde. “Maar wij hoeven toch geen verantwoording af te leggen aan leerlingen?” Het klonk bezorgd.

“Nee”, zei ik, “niet echt. Maar daar gaat het niet om. Als jij het aan jongeren kunt uitleggen, kom je zelf tot de essentie. Dát is waar het om gaat.”

Ook nieuwsgierig hoe jij de eindgebruiker (leerling, ouder, cliënt) een spiegel kunt laten zijn voor jouw organisatie? Neem contact op, dan bespreken we de mogelijkheden.

Onenigheid blijft over wat leerlingen moeten leren

 

… kopte de Volkskrant over het aanbieden van het eindadvies van Curriculum.nu aan minister Arie Slob. Ook andere media besteden er aandacht aan. Betrokken onderwijsmensen worden om hun mening gevraagd.

Een kleine bloemlezing: Er zijn veel zorgen. De docent geschiedenis geeft aan vernieuwing belangrijk te vinden, maar wel op basis van historische feiten. De docente Frans geeft aan dat ze het een gemiste kans vindt dat het curriculum niet in het Frans is vertaald. De docenten Duits zijn dit met haar eens, behalve dat het natuurlijk in het Duits vertaald moet worden. De docenten Grieks en Latijn missen aandacht voor het levend houden van talen. Iemand die het curriculum niet gezien heeft, vraagt aandacht voor wat eruit kan. Vanuit de vakgroep aardrijkskunde wordt aandacht gevraagd voor begrijpend lezen, want zonder die vaardigheid wordt het moeilijk om aardrijkskunde te geven. En de docenten natuurkunde zoeken, soms samen met een docent wiskunde, nog naar een formule om tot een oordeel te komen.

Ik ben benieuwd welke gesprekken nu op de scholen worden gevoerd. En in de komende weken en maanden. En of die gesprekken leiden tot doen. Meer experiment en een beetje minder beschouwing. De Onderwijsraad stelde al dat curriculumvernieuwing een doorlopend proces is. Benieuwd of het ons lukt het voorstel aan de minister op die manier productief te maken.

Bovenal hulde aan iedereen die vandaag, ondanks werkdruk en lerarentekort, toch weer iets heeft uitgeprobeerd of toegevoegd aan zijn of haar lessen. In vorm of inhoud.

27 september: onze takeaways

Bijna twee weken geleden stonden we aan de vooravond van het vrijgezellenfeest van Bureau de Bedoeling. Verwachtingsvol en ook wel met wat zweet in de handen, want hoe zou het zijn? Het werd de meest inspirerende dag die we ons maar konden wensen (dank allemaal!). Hier enkele inzichten die ons persoonlijk zijn bijgebleven.

Gewoon luisteren

Robbin: “Van de sessies met de jongeren van WALHALLAb nam ik mee dat echt in gesprek zijn helemaal niet zo makkelijk is. Jongeren vragen om begrip, een luisterend oor, een plek waar zij respect ervaren. Volwassen willen zich vaak wel verdiepen in hun individuele motivatie en behoeften, daarnaar luisteren en er ook best mee aan de slag.
Maar eenmaal in gesprek gaan we al snel weer oplossingen fabriceren voor uitdagingen die ‘de wet’ of ‘het systeem’ stelt. Of we richten ons tot andere ‘volwassenen’ die dezelfde taal spreken. En als we niet oppassen vergeten we zomaar wat voor deze jongeren de bedoeling is. Namelijk dat we ‘gewoon’ even stil zijn en echt luisteren. Dat we doorvragen om hen te begrijpen en ingaan op de wijsheid die zij met zich meebrengen, in plaats van er direct een grote-mensen-systeem-saus-discussie naast te zetten.
Nee, het is niet eenvoudig om werkelijk in contact te zijn met de mensen op wie ons uiteindelijk richten. We willen wel, maar hebben liever antwoorden dan vraagstukken. En we gaan het ongemak van ‘het-ook-even-niet-weten’ eerder uit de weg dan het aan te kijken.”

Meerdere brillen

Naima: “In het filmlab van Robbert Braak leerden we goed te kijken, anders te kijken en samen te kijken door verschillende brillen. Want ieder kijkt door zijn eigen bril naar een fragment. Logisch, en toch telkens weer verrassend als dat zichtbaar wordt. Om met Mieke Boon te spreken: ‘Alleen door samen te kijken, leer je je eigen vooronderstellingen kennen.’ Daar staat Bureau de Bedoeling ook voor: zorgvuldig kijken, vanuit meerdere perspectieven of brillen.

Geen passagiers, maar crew

Marion: “We openden met een uitspraak van Marshall McLuhan: ‘There are no passengers on spaceship earth. We are all crew.’ Toen ik zag hoe de jonge vloggers Lars en Niels – net als de jongeren van WALHALLAb trouwens – deze dag hun rol vervulden, dacht ik: aan de leerlingen zal het niet liggen. Zij willen geen passagiers zijn op het ruimteschip dat ‘school’ heet. Maken wij ruime voor hen in onze crew?”
(De vlog van Lars & Niels vind je hierboven.)

Tik op de vingers

Suzanne:Wouter Hart, auteur van ‘Verdraaide organisaties’ en ‘Anders vasthouden’, sprak over werken vanuit de bedoeling. ‘Zet de oplossingenmachine stil’, zei hij: ‘geef de ander niet de oplossing, maar het probleem’. Hoe vaak doen we dat niet andersom, in organisaties, op school en thuis?
Niemand die er gelukkig van wordt: als ‘oplosser’ ga je je ergeren (‘kan hij het nu nóg niet zelf?’) en de ander voelt zich klein gehouden, over het hoofd gezien. En toch schiet onze hand de volgende keer wéér naar de knop van de oplossingenmachine. Hoe geven we onszelf op tijd een tik op de vingers?

De bedoeling van taal

Tot slot filosofeerde woordkunstenaar Harm Klifman (in november verschijnt zijn nieuwe boek ‘Cicero leest Covey’) met ons over ‘de bedoeling van taal’: ‘In kennisproductie als gezamenlijke onderneming zullen we het creatieve potentieel van taal moeten aanboren om te ontsnappen aan sjablonen en reflexen, aan betekenisloze rituelen en holle frasen. Dat kan lukken als we ons realiseren dat taal nieuwe werkelijkheid kan scheppen, nieuwe situaties tot leven kan brengen, ontspoorde verhoudingen kan herstellen en nieuwe handelingsperspectieven kan openen. Dat zijn zomaar wat verschillende bedoelingen die verborgen liggen in taal. Het gaat erom die steeds te ontdekken en wel in twee richtingen: ontdekken hoe taal kennelijk werkt (bewust zijn van) én ontdekken hoe we taal het werk kunnen laten doen (bewust inzetten van).’

27 september gemist? Kom op 13 december naar Café de Bedoeling in polderrestaurant De Haven van Eemnes, Eemweg 112, Eemnes. Binnenkort meer hierover!

 

Eén trip, vier ezels en een paar wijze lessen

Kennismaken kost tijd, en de meeste dieren (en dus mensen) zijn te vertrouwen, ook als je daaraan twijfelt.

Twee jaar geleden fietste ik met mijn dochter vanuit ons huis naar het huis van mijn ouders. Nu, twee jaar later, zijn Isa en ik opnieuw samen op de fiets gestapt. In de trein naar Maastricht, door België de Vaalserberg op (het hoogste punt van Nederland), om vandaaruit de weg naar huis in te zetten.

Het leuke van meerdaagse wandel- en fietstochten is dat er altijd onverwachte dingen op je pad komen. In dit geval vier ezels. Vlakbij Tegelen, langs de Maas. Zodra we stilstaan, komen ze kennismaken. Eerst met de linker- en rechterkant van mijn stuur, niet snel daarna met het zadel en stuur van mijn dochter. Eerlijk gezegd toch een beetje spannend. Zeker met ezels, die volgens het gezegde koppig zijn en maar matig luisteren (en leren). Natuurlijk valt het reuze mee. Een keer aaien, een kleine duw en nog een liefkozend kopje en we zijn weer onderweg.

In de kilometers die volgen, hebben we het nog vaak over die vier ezels. En dat we het eerst spannend vonden en pas later leuk, zoals dat vaker is met onbekendheid. Nieuwe klas, nieuwe stappen in je leven, een nieuw bureau beginnen. Het loont de moeite om even de tijd te nemen om kennis te maken, je eigen spanning te onderzoeken en je oordeel uit te stellen. Niets nieuws misschien, maar toch de eerste wijze les die mijn dochter en ik (her)produceren tijdens deze trip.

Natuurlijk voel ik me als vader verantwoordelijk voor het reilen en zeilen tijdens de tocht. Goede voorbereiding, materiaal op orde, globaal idee van de route (en afstanden), enzovoort. Ook onderweg: ‘Kijk uit!’ ‘Tegenligger!’ ´Loslopende hond!’. Mijn dochter is ondertussen twaalf en laat met een lieve, meewarige blik af en toe merken de aandacht te waarderen, maar de gevaren meer als mijn zorg dan als reëel risico te zien: ‘De meeste baasjes van honden weten toch heel goed of hun hond bij fietsers los kan lopen!’ Ik kan dit alleen maar bevestigen. ‘Maar,’ zeg ik, ‘weet je nog die ene keer toen we net in Laren woonden en je aangevallen werd door die witte hond?’ ‘Pap, dat is al best lang geleden, hoor.’

In de kilometers die volgen, (her)produceren we samen onze tweede wijze les: dat negatieve ervaringen vaak langer blijven hangen en ons doen en laten veel meer beïnvloeden dan positieve ervaringen, althans de vader in dit verhaal. Dat we alle keren dat een hond ons rustig liet passeren blijkbaar vergeten, maar dat het witte hondje nog steeds in ons geheugen staat gegrift.

Overigens kan ik het je aanraden om een paar dagen met één van je kinderen op pad te gaan. Niet alleen krijg je tal van leuke reacties, ook word je uitermate goed verzorgd: ‘Wilt u een lunchpakketje maken?’ ‘Extra water?’ ‘Kunnen we iets voor jullie doen?’ Een warm bad van goede bedoelingen. Dat is de derde wijze les: de meeste mensen zijn vol goede bedoelingen (ook als je die niet direct begrijpt) en als je daarvan uitgaat, zijn die bedoelingen veel beter te herkennen dan als je de ander wantrouwt.

Ten slotte is er nog een vierde les die ik meeneem. We zeggen vaak dat wijsheid met de jaren komt, maar eerlijk gezegd weet ik niet of dat zo is. Als je echt tijd neemt om te luisteren, aandacht voor elkaar hebt, samen kijkt, observeert en interpreteert, dan ontstaat gedeelde wijsheid. Een onbevangen (kinderlijke) blik helpt hierbij.

Vier wijze lessen dus in vier lange, gloedvolle dagen op de fiets:

  1. Kennismaken kost tijd en is best spannend,
  2. Negatieve ervaringen hebben meer invloed dan positieve ervaringen,
  3. Mensen zijn te vertrouwen en vol goede bedoelingen,
  4. Kinderlijke onbevangenheid helpt bij het creëren van wijsheid.

Ik ga proberen vanuit deze lessen te kijken, luisteren en leven. Als vader, echtgenoot en als initiatiefnemer van Bureau de Bedoeling. Als we elkaar ontmoeten, spreek me er dan gerust op aan.

De Bedoeling van Robbin

Ik geloof dat er ruimte is. Ruimte om tussen individualisering en globalisering regionaal het verschil te maken. Ruimte voor professionals in de zorg, het onderwijs, de jeugdhulp en andere sectoren. Ruimte om samen oplossingen te produceren met de eindgebruiker, afnemer of cliënt. Ik geloof dat dit kan en dat we de huidige kokers daarvoor moeten afbreken, overstijgen of op zijn minst verbinden.

Ik geloof ook in het oplossend vermogen van mensen. En dat het helpt als (ervarings)deskundigen daarbij een zetje geven. Niet alleen vanuit de klassieke deskundigheid van ‘beter weten’, maar ook vanuit de kunde om samen oplossingen te produceren. Het vraagt wel om moed. Moed om eindgebruikers een gezicht en een stem te geven, uit te gaan van vertrouwen en vermogen in plaats van wantrouwen en onvermogen. Moed om niet voor de intellectueel beste oplossing te gaan, om gelijkwaardig te co-produceren. Moed dus om een nieuw spel te spelen, een ander speelveld te definiëren met andere spelregels en nieuwe spelvormen.

Op dat speelveld staat Bureau de Bedoeling. Een verzamelplaats van goede bedoelingen. Een plek waar we de eindgebruiker in zijn kracht zetten en/of (samenwerkende) organisaties helpen hun cliënten in hun kracht aan te spreken. Een plek waar gelijkwaardigheid vanzelfsprekend is. Samen werken aan merkbare oplossingen. Dat is voor mij de Bedoeling.