Taal onder spanning

In deze bijzondere tijden staan niet alleen wij onder spanning. Ook onze taal. Ons overkomen dingen die we niet eerder meemaakten. Het is nieuw en dus staan we voor de keuze welke woorden we aan deze gebeurtenissen willen verbinden. Zelf spreken ze geen taal, dat is iets van ons. Wat doen wij in zo’n situatie? We grijpen naar metaforen. Want metaforen zijn nu eenmaal de meest eenvoudige manier om het nieuwe te benoemen en wel in termen van het bestaande.

Het corona-virus is een medisch-biologisch fenomeen van het ongewenste soort. Daarom wordt het bejegend als een vijandig fenomeen waartegen de strijd moet worden aangebonden tot het verslagen is. Die strijd geldt het virus zelf natuurlijk, maar ik zag Youtube-filmpjes van complotdenkers voor wie die strijd verder gaat. Voor hen is het een strijd van de overheid tegen zijn eigen burgers, als gevolg van corruptie op het niveau van de WHO door toedoen van grote farmaceutische bedrijven. Ik zag twee eminente grijsaards parmantig spreken over ‘de staat van beleg’ waarin Nederland door Rutte is gebracht. Stemmingmakerij.

Roadmap

We zitten nog in de fase van de intelligente lockdown – een aanduiding waar sommigen van gruwen maar die ik wel kan waarderen. ‘Intelligent’ als slimme variant van ‘slim’.

Op dit moment wordt er geleidelijk een roadmap ontvouwd naar, ja naar wat eigenlijk? Naar ‘perspectief’ wordt gezegd, maar welk perspectief? Terug naar normaal? Naar het nieuwe normaal?

Dat woord roadmap herinnert me aan de vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnen en het document dat de Bush-regering opstelde, leidend tot de ondertekening daarvan op 4 juni 2003. Ook toen werd de metafoor van de routekaart gebruikt om vrede en herstel van het gewone leven mogelijk te maken, wat verder niet is gebeurd. Het is precies deze ‘breekbare vrede’ -stichtende connotatie van het woord roadmap die ook besloten ligt in de woordkeuze van ons kabinet.

Ladekast

Wat ik maar wil zeggen is dat taal ertoe doet. Dat het nauwkeurig komt welke woorden je kiest om iets nieuws te benoemen omdat je niet zo maar een greep in het lexicon van het Nederlands kunt doen, in onze taalvoorraad. Zo’n greep komt nauwkeurig, graaien is not done. Woordbetekenissen zijn geen geïsoleerde entiteiten. Woorden figureren in netwerken met andere woorden. Ze ontlenen hun kracht en betekenis aan dat netwerk.

Ik noemde het lexicon van het Nederlands, onze taalvoorraad. Ik kijk daar wel eens naar als naar een kolossale ladekast. In deze kast zijn de woorden niet op alfabet geordend van A tot Z zoals in het woordenboek, maar op hun onderlinge samenhang. Woorden uit het medische domein zitten samen in een laatje, net als de woorden in het pedagogisch domein; de woorden in zo’n laatje verwijzen naar elkaar. Woorden in het openbaar bestuur, bedrijfskundige termen – ze hebben allemaal eigen laatjes.

Juist door deze clusteringen van betekenissen is het belangrijk om in nieuwe situaties alert te zijn op het gebruik van woorden, beelden of metaforen. Voor je het weet krijg je de complete inhoud van een laatje over je heen. Is dat erg? Het is in elk geval opletten geblazen. Want achter de afzonderlijke woordbetekenissen en achter de relaties in het netwerk van die betekenissen gaan waarden en wilsuitspraken schuil over hoe je de wereld wilt ordenen, over hoe je de samenleving wilt inrichten, over wie er aan touwtjes mag trekken en wie niet.

Sferen

De eerste denker des vaderlands, Rene Gude was alert op die verschillende laatjes. Hij noemde ze alleen anders. Hij zei: je hebt vier verschillende sferen waarin je als mens actief bent:

  • je eigen prive wereld van je familie en vrienden;
  • de wereld van je werk, de private wereld, de wereld van het contract, de financiële wereld;
  • de wereld van de publieke ruimte waarin je overlegt, afstemt, dingen doet, denk aan stations, bibliotheken, de straat.
  • de politiek wereld, die van het debat en van politieke keuzes.

Interessant is nu dat de taal van het private, die van het contract de drie andere werelden is binnengedrongen. De wereld van de vrije markt heeft de andere sferen gekoloniseerd.

Privaat en publiek

Ik herinner me nog goed de kerstlezing van Zuidas-predikant Ruben van Zwieten voor B&T. Van Zwieten maakte ook dit soort onderscheidingen. Hij noemde als voorbeeld een yup die de vraag waarom hij juist deze vrouw als verloofde had gekozen, beantwoordde met een serie dots uit een PPT. Die yup gebruikte de taal van het private domein in de wereld van het privé. Die yup had ook, stralend van verliefdheid, kunnen zeggen (met dank aan Michel de Montaigne) ‘omdat zij het was, omdat ik het was’.

Vanwege dezelfde grensoverschrijding van het private in het privé, is het bedenkelijk om te spreken over ‘investeren’ in de relatie met je partner. Geef je daarmee niet impliciet aan dat je er meer uit wilt halen dan je zelf bereid bent er in te stoppen? Een investering moet wat opleveren, nietwaar? De boekhouding van je relatie.

De opmars van het New Public Management in het openbaar bestuur bracht een vergelijkbare overschrijding van de grens tussen privaat en publiek. Ik ben niet langer een burger die in het gemeentehuis een paspoort komt halen bij Burgerzaken. Ik ben een klant geworden die in het stadskantoor een product komt kopen in de gemeentewinkel. Brrr.

Wat ik maar wil zeggen is dat taal ertoe doet. Daar werd ik deze week nog eens op geattendeerd toen ik het net verschenen boek Taalkracht las waarin auteurs als Paul Verhaeghe en Christien Brinkgreve analyses van veranderende woordbetekenissen geven. Interessant is het verhaal van Eric Koenen die vier soorten veranderingen in organisaties onderscheidt, het Cynefin Frame, onder de interventionisten onder jullie vast bekend (een indeling in simpele, ingewikkelde, complexe en chaotische veranderingen). Interessant is de link naar de taal in die vier situaties. Die vergen namelijk elk een eigen managementtaal, een specifiek idioom.

Mee-betekenissen

Wat leert ons dit alles binnen de context van De Bedoeling? Ik denk aan het volgende.

Voor de complexe problemen waar we doorgaans aan werken, is het nodig analyses te maken van sleutelwoorden in vertogen, van dragende termen in een verhaal. Als we die op het spoor zijn, zou het moeten lukken om het laatje van samenhangende woorden verder te vullen. Vervolgens kunnen we het gesprek voeren over de vraag of we dat laatje wel geschikt vinden voor de zaken die erdoor worden benoemd. Is de taal van de private wereld wel geschikt voor een semi-publiek domein als het onderwijs? Neen dus, denk maar aan het woord ‘excellentie’, door Tommy Wieringa vorig weekend in NRC nog een ‘fopneus’ genoemd, ‘afkomstig uit een economisch model dat vervulling belooft maar in werkelijkheid schaarste produceert’. Ik refereer ook aan discussies op Twitter over de vraag of leerlingen nu wel of geen ‘achterstanden’ hebben opgelopen. Achter dat woord ‘achterstand’ zit een wereld van mee-betekenissen.

Zelf ben ik me, in vervolg op Cicero leest Covey, gaan toeleggen op het verzamelen van persuasieve sleutelwoorden in vertogen van goeroes, adviseurs en consultants (en in hun spoor managers). Het gaat dan om woorden als: echt, eigenlijk, inspiratie, co-creëren, verbinden, tegenspraak, omarmen, ooit, kwetsbaar.

Verzoek

Mijn hypothese is dat door het semantisch onderzoeken en filosofisch doordenken van deze woorden en door het clusteren van die woorden in groepen en die groepen onder te brengen in laatjes, het mogelijk wordt om iets te zeggen over de achterliggende normatieve waarden en wilsuitspraken.

Ik kom tot een afsluiting. Het genre van de gesproken column vereist nu een twist of een licht ironische referentie naar het begin van het verhaal zodat de cirkel rond is. Ik doe iets anders. Ik sluit af met een vraag aan jullie, een verzoek. Doe me een plezier en mail me, als je in je werk persuasieve sleutelwoorden tegenkomt in vertogen van goeroes, adviseurs en leidinggevenden en misschien zelfs in je eigen vocabulaire.

Ik laat me graag verrassen, ook als dat een dubieuze ervaring oplevert.

Breinmoes

Wie kent dit woord: breinmoes?

Ik zet drie flessen wijn klaar voor de eersten die zich melden. Eerlijk gezegd verwacht ik die niet meer vandaag. En morgen ook niet en overmorgen ook niet. Ik wil wedden dat niemand dit woord ooit heeft gehoord. Dat precies maakt het tot een spannend woord. Want wat zou het kunnen betekenen?

Ga nu niet gelijk naar allerlei digitale woordenboeken, want daarin zul je het niet vinden. En toch maakt ‘breinmoes’ deel uit van de Nederlandse woordvoorraad. Dus.

Doe je ogen dicht en geef je fantasie de vrije loop. Waar denk je aan bij het horen van het woord ‘breinmoes’?

….

Dank voor het meedoen.

Dacht je gelijk aan Engelse woorden als brainstorm, brainwash en brainpower? Of had je associaties met de neuropsychologie? Het zou zo maar kunnen.

Toen ik het woord voorlegde aan een goede vriendin gaf die terug: ‘Misschien ken ik het begrip breinmoes vanuit wat psychotische tijden. Dan ben ik min of meer slaaf van alle informatie die in mijn geest stapelt zonder daarin zelf stuur/richting aan te geven.’

Dit kwam bij mijzelf naar boven:

Verwijst het naar wat er van de hersenen overblijft na een fataal ongeluk waarbij vooral de schedel werd geraakt? Vergelijkbaar aan de uitdrukking ‘tot moes geslagen worden’?

Verwijst het naar een crash in de hersenpan waardoor opgeslagen informatie niet meer beschikbaar is? Bij een crash moet ik denken aan het scrabblebord (Wordfeud) na afloop van het spel: het bord wordt opgetild, licht gevouwen en in een homogene straal belanden de afzonderlijke letters in de doos. Alle eerdere woorden vernietigd.

Verwijst het naar een vorm van mentale lethargie als gevolg van de ervaring dat alles hetzelfde lijkt, één gelijkmatige vlakte, een brij waarin weinig verschil valt te onderscheiden? Zoals een grote bak met softijs of een verse pan met appelmoes?

Arnout Geulincx

Niets gemist

Nee, je hebt niets gemist. Het woord ‘breinmoes’ komt (voorzover bekend) slechts eenmaal voor in Nederlandstalige teksten. Het staat in de zeventiende eeuwse vertaling in het Nederlands van een, oorspronkelijk in het Latijn geschreven boek Van de hoofddeugden (1665) van de toen bekende geleerde Arnout Geulincx. De vertaling is van hemzelf en daarin past Geulincx mooi in de grote groep van geleerden die zich in die tijd beijverden voor de verspreiding van wetenschappelijke kennis in de volkstaal. Daarvoor was het nodig dat allerlei Latijnse vaktermen moesten worden voorzien van een Nederlands equivalent. Juist door dit soort vertalingen droegen deze geleerden bij aan de vorming van het Nederlands.

Overigens, het is dankzij de Nederlandse filosoof Cornelis Verhoevens Dierbare woorden dat ik geattendeerd werd op dit woord. Hij kwam ‘breinmoes’ en nog een reeks andere niet-ingeburgerde, nieuwe Nederlandse termen tegen toen hij het boek van Geulincx ging lezen. Het woord heeft het woordenboek niet gehaald, ook niet het volumineuze Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Dus dankzij Verhoeven geef ik het graag door.

Breinmoes is een samengesteld woord uit ‘brein’ en ‘moes’, twee zelfstandige naamwoorden, beiden met wel een lange geschiedenis. ‘Brein’ staat sinds de middeleeuwen voor ‘hersenen’, ‘moes’ wordt in het Middelnederlands woordenboek omschreven als ‘spijs, eten, maaltijd’. In het WNT wordt de betekenis omschreven als ‘een of ander gerecht, gekookt of gestoofd van fijngehakte groenten met verschillende toevoegsels’.

En zo naderen we de betekenis die Arnout Geulincx er in 1665 aan gaf.

Drugs

Cornelis Verhoeven

Verhoeven wijst erop dat Geulincx het woord gebruikt in een medisch context en wel voor ‘een van de plantaardige brouwsels die apothekers maakten om de werking van malle breinen en wiggewaggelende suizelhoofden gunstig te beïnvloeden.’ Drugs dus of psychofarmaca.

Verhoeven voegt hier de vraag aan toe of het aardig zou zijn als een hedendaagse drugshandelaar zichzelf zou aanduiden als ‘koopman in breinmoezen’.

Tja. Zie je het al voor je? Een in felle kleuren vormgegeven neonreclame op de gevel van een verder obscure ‘coffeeshop’?

Anders dan in de zestiende en zeventiende eeuw hebben wij in onze tijd niet de neiging om woorden uit vreemde talen te vernederlandsen. We doen eerder het omgekeerde en burgeren exoten in. Bovendien, gezien de internationale positie van Nederland in de verspreiding van geestverruimende producten zal het woord ‘breinmoes’ deze status niet gemakkelijk halen. Neemt niet weg dat ‘breinmoes’ wel beter aansluit bij de realiteit van het product dat in ‘coffeeshops’ over de toonbank gaat.

Vanwaar mijn interesse voor dit woord?

Na het schrijven van Cicero leest Covey. Retorica in populaire managementboeken heb ik mijn vervolgonderzoek een nieuwe dimensie gegeven door me toe te leggen op (niet-technische) taalfilosofische reflecties op sleutelwoorden van de adviseur (en in diens spoor de manager). Dan gaat het om woorden als kwetsbaar, toekomstgericht, omarmen, echt, food for thought, eigenlijk, verbinden, delen, etc. Wat betekenen deze woorden? Wat duiden we er mee aan en wat doen we er mee?(1)

Michel Montaigne

Ik laat me daarbij inspireren door het werk van Cornelis Verhoeven, door de Vlaamse filosofe Ann van Sevenant die het boek Filosofie in honderd woorden schreef, door het werk van Michel de Montaigne (De Essays) en dat van Roland Barth.

Het is tegen deze achtergrond dat ik ‘viel’ op dit woord. Ik liet in mijn overzicht van betekenisassociaties er dan ook eentje weg. Een die refereert aan het werk van adviseurs en managers: het ontwikkelen van nieuwe concepten die in een proces van co-creatie met de opdrachtgever tot stand komen.

Samengesteld woord

Ik zei het al, ‘breinmoes’ is een samengesteld woord.

‘Brein’ verwijst dan naar de status van die concepten: ze bestaan alleen virtueel, op papier, digitaal of in de hoofden van betrokkenen, ze bevinden zich nog de ontwikkelingsfase. ‘Breinmoes’ als het resultaat van de ‘breinstorm’ die er als proces aan voorafgaat.

‘Moes’ roept dubbele associaties op: naar diversiteit (zoals in ‘moestuin’: het zaaien van opties/ handelingsperspectieven/scenario’s’. Boodschap: ‘er is nog heel veel mogelijk’) en naar homogeniserende verwerking  (zoals in ‘appelmoes’:. Boodschap: ‘we cirkelen wel rond een kern’).

Van de drugshandelaar hoeft niet verwacht te worden dat hij navolger wordt van het taalpurisme dat in de zestiende en zeventiende eeuw heel levendig was.

Valt er van de adviseur en manager wel wat te verwachten?

Mwah (?).

P.S.: Zijn er woorden die je me wilt meegeven voor deze exercitie – woorden die je opvallen? Mail die dan naar harm@bureaudebedoeling.nl.

Café de Bedoeling: wat ertoe doet, zonder dat er iets moet

(door Dea Mooij)

Met interesse heb ik de start van Bureau de Bedoeling gevolgd. Alleen al de naam maakt iets in me los. Een trigger tot even stilstaan, reflectie, dieper kijken: waartoe ook al weer? Doe ik dan het ‘goede’? Kan het ook anders?

Verschillen omarmen

Eens per twee maanden organiseert Bureau de Bedoeling een Café de Bedoeling. Afgelopen vrijdag kon ik daar zelf voor het eerst bij zijn. We hadden in de ochtend een gesprek over diversiteit onder leiding van Yassin en Naima en sloten de middag af met een gesprek over het lerarentekort dat in een eerder Café de Bedoeling al was opgestart. Het meest waardevolle vond ik het inzicht dat standaardisatie in ons denken het bedenken van lokale oplossingen in de weg zit. Dat geldt ook voor het gebruiken van woorden als ‘maatwerk’, ‘gepersonaliseerd leren’ en ‘anders organiseren’. Praten in dat soort algemeenheden helpt niet bij het bedenken van maatwerk-oplossingen. Onze uitdaging: het écht omarmen van verschillen.

Kijkje in de bajes

Café de Bedoeling was deze keer georganiseerd in A Beautiful Mess. Locatie: de wasserij van de oude Bijlmerbajes. A Beautiful Mess is een initiatief van Refugee Company. Mensen met een vluchtelingenachtergrond werken er een half jaar en worden daarna op weg geholpen naar een opleiding of baan.
Terwijl ik tussendoor even zit te werken – want dat kan ook gewoon – krijgt de rest van de groep een rondleiding in de oude Bijlmerbajes door een van de oude cipiers. De groep komt koud, maar enthousiast terug. Met een inkijk in een omgeving die je anders niet krijgt. Echt een wereld op zich, waarin verrassend genoeg de logistiek – de uitdaging van het zonder gedoe verplaatsen van de gedetineerden – een enorme rol speelt.

Een plek van ont-moeten

Wat Café de Bedoeling is, weet ik nog niet precies. Ik ben blij dat ik ben gegaan. Waarom? Omdat het ging over de dingen die ik in mijn professionele leven belangrijk vind. Met mensen die ook tijd willen nemen voor een onderzoekend gesprek. Zónder dat het meteen iets moest opleveren; geen focus op te maken plannen, vervolgafspraken en te formuleren acties. Het is voor mij een plek van ontmoeten. Ook in de diepere betekenis van dat woord: ‘ont-moeten’…

Ook een keer meedoen aan Café de Bedoeling? Kijk hier voor de data en schrijf je in via de chatbot op onze homepage.

Yassin Elforkani

Socratische gesprekken: verschillen onderkennen en overbruggen

Photo by Volodymyr Hryshchenko on UnsplashOpen kijken en luisteren is moeilijk, zeker als je gebonden bent aan een rol of een systeem. Het is verleidelijk om lastige vragen dan maar uit de weg te gaan. Een socratisch gesprek helpt je om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de vragen waar het echt om gaat. Je laat je eigen aannames en oordelen los om je open te stellen voor de ideeën en perspectieven van anderen. Zo kom je uiteindelijk tot een eerlijk antwoord.
Een socratisch gesprek kun je een-op-een voeren of in groepsverband. De methode is bruikbaar in alle sectoren en in alle lagen van de organisatie: bestuur, management, medewerkers, jongeren/cliënten en andere belanghebbenden.

Meer weten? Mail naar yassin@bureaudebedoeling.nl  of bel naar 06-51 8448 71.

Lerarentekort: plan B!

“Onder de werktitel ‘plan B’ halen we in ons netwerk goede voorbeelden op die ons op het spoor zetten van patronen die werken”, zegt Mirjam Nuijten.  Samen met andere deelnemers aan Café de Bedoeling kijkt zij de komende maanden door een andere bril naar het lerarentekort. Het uitgangspunt: Wat is ervoor nodig om met de mensen die we nú hebben, goed onderwijs te maken? In dit kader stak Mirjam onder meer haar licht op in Amsterdam: “Bij Leraar, een kleurrijk beroep werken schoolbesturen, kennisinstellingen en de gemeente samen om te zorgen dat leraren plezier en uitdaging houden in hun werk.”

Plan B
De kern van plan B is dat we denken dat we verder komen als we het lerarentekort benaderen als een vernieuwingsvraagstuk. De eerste brainstorms stonden vooral in het teken van vragen stellen:

* Hoe spelen we leraren vrij zodat ze de ruimte krijgen om tot eigen oplossingen te komen?
* Wat zijn slimme manieren om te doen wat (voor leerlingen) nodig is én te voldoen aan de eisen van het systeem?
* Wat hebben leraren van bestuurders nodig? Waar zitten de vrijbuiters onder de bestuurders?
* Hoe krijgen we beter zicht op de ruimte binnen de wet, de regelruimte in het systeem?
* Hoe zit het met de onderwijstijd – gaan Nederlandse kinderen niet te veel uren naar school?
* Hoe groot moet de rol van de leraar eigenlijk zijn? Als het leerklimaat veilig is, kunnen dan ook specialisten van buiten de school lessen verzorgen?

De komende tijd gaan we in ons netwerk nog meer goede voorbeelden ophalen. Heb je zo’n voorbeeld? Wil je meedenken? Mail naar info@bureaudebedoeling .

Anders kijken naar zelfevaluatie

We zaten aan de koffie. Eén jaar RvT alweer in de nieuwe samenstelling, het was om voor ze het wisten. Tijd voor de eerste zelfevaluatie, onder externe begeleiding. En dus ging vorige week de telefoon: of BdB die externe begeleiding kon verzorgen? Nu zaten we aan tafel, halverwege de koffie. Ik besloot het maar gewoon te zeggen: “Ik geloof niet dat ik dit moet doen.”

Er viel een stilte, ook door mijn eigen ongemak. “Je weet hoe het verdergaat”, zei ik toen. “We voeren gesprekken of er worden vragenlijsten ingevuld, we doen een sessie en dan komt het verslag. En al spreken we af dat jullie dat zelf schrijven, toch vragen jullie me een paar regels op papier te zetten. Dus schrijf ik het verslag en dan gaat ergens in het voorjaar van 2022 wéér de telefoon.

Maar wat als we er nou eens anders naar kijken? Als jullie nou eens tien jóngeren uitnodigen voor de koffie? En dan aan die jongeren uitleggen wat jullie toevoegen aan hun onderwijsorganisatie?”

Weer was het stil. De secretaris van de RvT was de eerste die reageerde. “Maar wij hoeven toch geen verantwoording af te leggen aan leerlingen?” Het klonk bezorgd.

“Nee”, zei ik, “niet echt. Maar daar gaat het niet om. Als jij het aan jongeren kunt uitleggen, kom je zelf tot de essentie. Dát is waar het om gaat.”

Ook nieuwsgierig hoe jij de eindgebruiker (leerling, ouder, cliënt) een spiegel kunt laten zijn voor jouw organisatie? Neem contact op, dan bespreken we de mogelijkheden.

Onenigheid blijft over wat leerlingen moeten leren

 

… kopte de Volkskrant over het aanbieden van het eindadvies van Curriculum.nu aan minister Arie Slob. Ook andere media besteden er aandacht aan. Betrokken onderwijsmensen worden om hun mening gevraagd.

Een kleine bloemlezing: Er zijn veel zorgen. De docent geschiedenis geeft aan vernieuwing belangrijk te vinden, maar wel op basis van historische feiten. De docente Frans geeft aan dat ze het een gemiste kans vindt dat het curriculum niet in het Frans is vertaald. De docenten Duits zijn dit met haar eens, behalve dat het natuurlijk in het Duits vertaald moet worden. De docenten Grieks en Latijn missen aandacht voor het levend houden van talen. Iemand die het curriculum niet gezien heeft, vraagt aandacht voor wat eruit kan. Vanuit de vakgroep aardrijkskunde wordt aandacht gevraagd voor begrijpend lezen, want zonder die vaardigheid wordt het moeilijk om aardrijkskunde te geven. En de docenten natuurkunde zoeken, soms samen met een docent wiskunde, nog naar een formule om tot een oordeel te komen.

Ik ben benieuwd welke gesprekken nu op de scholen worden gevoerd. En in de komende weken en maanden. En of die gesprekken leiden tot doen. Meer experiment en een beetje minder beschouwing. De Onderwijsraad stelde al dat curriculumvernieuwing een doorlopend proces is. Benieuwd of het ons lukt het voorstel aan de minister op die manier productief te maken.

Bovenal hulde aan iedereen die vandaag, ondanks werkdruk en lerarentekort, toch weer iets heeft uitgeprobeerd of toegevoegd aan zijn of haar lessen. In vorm of inhoud.

27 september: onze takeaways

Bijna twee weken geleden stonden we aan de vooravond van het vrijgezellenfeest van Bureau de Bedoeling. Verwachtingsvol en ook wel met wat zweet in de handen, want hoe zou het zijn? Het werd de meest inspirerende dag die we ons maar konden wensen (dank allemaal!). Hier enkele inzichten die ons persoonlijk zijn bijgebleven.

Gewoon luisteren

Robbin: “Van de sessies met de jongeren van WALHALLAb nam ik mee dat echt in gesprek zijn helemaal niet zo makkelijk is. Jongeren vragen om begrip, een luisterend oor, een plek waar zij respect ervaren. Volwassen willen zich vaak wel verdiepen in hun individuele motivatie en behoeften, daarnaar luisteren en er ook best mee aan de slag.
Maar eenmaal in gesprek gaan we al snel weer oplossingen fabriceren voor uitdagingen die ‘de wet’ of ‘het systeem’ stelt. Of we richten ons tot andere ‘volwassenen’ die dezelfde taal spreken. En als we niet oppassen vergeten we zomaar wat voor deze jongeren de bedoeling is. Namelijk dat we ‘gewoon’ even stil zijn en echt luisteren. Dat we doorvragen om hen te begrijpen en ingaan op de wijsheid die zij met zich meebrengen, in plaats van er direct een grote-mensen-systeem-saus-discussie naast te zetten.
Nee, het is niet eenvoudig om werkelijk in contact te zijn met de mensen op wie ons uiteindelijk richten. We willen wel, maar hebben liever antwoorden dan vraagstukken. En we gaan het ongemak van ‘het-ook-even-niet-weten’ eerder uit de weg dan het aan te kijken.”

Meerdere brillen

Naima: “In het filmlab van Robbert Braak leerden we goed te kijken, anders te kijken en samen te kijken door verschillende brillen. Want ieder kijkt door zijn eigen bril naar een fragment. Logisch, en toch telkens weer verrassend als dat zichtbaar wordt. Om met Mieke Boon te spreken: ‘Alleen door samen te kijken, leer je je eigen vooronderstellingen kennen.’ Daar staat Bureau de Bedoeling ook voor: zorgvuldig kijken, vanuit meerdere perspectieven of brillen.

Geen passagiers, maar crew

Marion: “We openden met een uitspraak van Marshall McLuhan: ‘There are no passengers on spaceship earth. We are all crew.’ Toen ik zag hoe de jonge vloggers Lars en Niels – net als de jongeren van WALHALLAb trouwens – deze dag hun rol vervulden, dacht ik: aan de leerlingen zal het niet liggen. Zij willen geen passagiers zijn op het ruimteschip dat ‘school’ heet. Maken wij ruime voor hen in onze crew?”
(De vlog van Lars & Niels vind je hierboven.)

Tik op de vingers

Suzanne:Wouter Hart, auteur van ‘Verdraaide organisaties’ en ‘Anders vasthouden’, sprak over werken vanuit de bedoeling. ‘Zet de oplossingenmachine stil’, zei hij: ‘geef de ander niet de oplossing, maar het probleem’. Hoe vaak doen we dat niet andersom, in organisaties, op school en thuis?
Niemand die er gelukkig van wordt: als ‘oplosser’ ga je je ergeren (‘kan hij het nu nóg niet zelf?’) en de ander voelt zich klein gehouden, over het hoofd gezien. En toch schiet onze hand de volgende keer wéér naar de knop van de oplossingenmachine. Hoe geven we onszelf op tijd een tik op de vingers?

De bedoeling van taal

Tot slot filosofeerde woordkunstenaar Harm Klifman (in november verschijnt zijn nieuwe boek ‘Cicero leest Covey’) met ons over ‘de bedoeling van taal’: ‘In kennisproductie als gezamenlijke onderneming zullen we het creatieve potentieel van taal moeten aanboren om te ontsnappen aan sjablonen en reflexen, aan betekenisloze rituelen en holle frasen. Dat kan lukken als we ons realiseren dat taal nieuwe werkelijkheid kan scheppen, nieuwe situaties tot leven kan brengen, ontspoorde verhoudingen kan herstellen en nieuwe handelingsperspectieven kan openen. Dat zijn zomaar wat verschillende bedoelingen die verborgen liggen in taal. Het gaat erom die steeds te ontdekken en wel in twee richtingen: ontdekken hoe taal kennelijk werkt (bewust zijn van) én ontdekken hoe we taal het werk kunnen laten doen (bewust inzetten van).’

27 september gemist? Kom op 13 december naar Café de Bedoeling in polderrestaurant De Haven van Eemnes, Eemweg 112, Eemnes. Binnenkort meer hierover!

 

We zijn (officieel) begonnen!

The world according to BdB

…omdat inzichten zich altijd op onverwachte momenten aandienen

De wereld versnelt. Als versnelling van de verandering de nieuwe constante is, dan neemt de kloof tussen generaties ook toe. Anders gezegd: mijn jeugd leek meer op die van mijn ouders, dan op die van mijn kinderen. Maar als dat waar is, heeft onze generatie steeds minder verbinding met de generaties voor wie wij de toekomst mede bepalen. Dan zouden we toch de wijsheid moeten hebben om de oplossingen voor morgen bij de jeugd op te halen. Tijd voor kinderemancipatie dus, gewoon omdat het effectief is.