Over de wijnboer, de dokter en het scheepskonvooi

Voor bestuurders Annet Kil en Astrid Ottenheym gaat strategie niet over een plan, hoe functioneel dat ook kan zijn: het gaat ten diepste over een leidraad voor hoe mensen zich in de organisatie tot elkaar verhouden en hoe ze daarbinnen hun richting bepalen. Voor haar eigen rol gebruikt Astrid het beeld van een wijnboer: “Hij heeft op veel variabelen totaal geen invloed. Maar hij heeft wel een visie op de smaak van de wijn en hij heeft oog voor details: hier groeit dit plantje, dat betekent dat deze voedingsstoffen in de grond zitten en dat ik dit of dat moet toevoegen.” Annet spreekt liever niet meer over strategie, maar over richting: “De richting bepalen we in de dagelijkse praktijk, daar maken we met elkaar de beste afwegingen. (…) Misschien maken we nog wel een visie op onze route voor de komende vier jaar, maar dat doen we dan zo robuust dat we daarin iedere keer afwegingen kunnen maken die passen bij de context die op dat moment tot andere afwegingen leidt. Wie had toen wij ons koersplan VIER maakten, de komst van Covid voorzien? En toch zou ik er met de kennis van vandaag geen letter aan wijzigen. In het oude denken over vierjarenplannen is dat bizar.”

Het hele interview van Robbin en Femke met Astrid en Annet lees je op de pagina publicaties. Ook meedoen aan een van onze groepsgesprekken over strategie? Stuur een mail naar anouk@bureaudebedoeling.nl onder vermelding van ‘onderzoek strategie’.

‘Je bereikt meer door ook te investeren in het hóe’

Een integrale kijk op bedrijfsvoering is belangrijk, vindt Philip Lommers. Hij werkt sinds februari vanuit BdB op het Anna van Rijn College in Nieuwegein aan een interimopdracht.

“Het grappige is dat ik als directeur in het voortgezet onderwijs lange tijd heb gedacht: ik haal nooit een interimmer in huis. Nu ik er zelf een ben, zie ik pas goed waar de toegevoegde waarde kan zitten. Er zijn dingen die je niet meer opmerkt als je al lang in een organisatie zit. Een buitenstaander ziet die dingen wél. Dat vind ik het mooie: als interimmer kun je er in korte tijd echt toe doen. Binnenkomen met een gerichte opdracht, scherp kijken, zaken in beweging brengen en dan weer een stap terug zetten.

Natuurlijk moet je wel weten waar je het over hebt. De vraag van het Anna van Rijn College gaat over bedrijfsvoering: over extra aandacht voor de mensen van het oop en over de gewenste organisatievorm van de ondersteunende diensten na de fusie van de school met NUOVO. Bij zo’n vraag is het een voordeel als je eerder vanuit een integrale verantwoordelijkheid hebt gewerkt. Bedrijfsvoering is onderdeel van een geheel: als je aan de ene knop draait, gaat de andere mee. Je kijkt naar de cijfers en de getallen én je kijkt naar wat werkt in de praktijk. Naar de papieren werkelijkheid en de werkelijkheid van de mensen en de organisatie.

“We springen snel naar het ‘wat’, terwijl we misschien meer bereiken door een tandje bij te zetten op het proces.”

Ik voel me thuis bij die verbinding tussen processen en mensen. Ik vind het belangrijk goed te kijken naar de randvoorwaarden die ontwikkelingen mogelijk maken. Daar gaat het vaak mis. Er is in het onderwijs een enorme passie om onze maatschappelijke opdracht waar te maken; ideeën buitelen over elkaar heen. We springen snel naar het ‘wat’, terwijl we misschien meer bereiken door een tandje bij te zetten op het ‘hoe dan’, door te investeren in het proces. En in onze drang tot actie raken de ondersteunende diensten soms als eerste ondergesneeuwd.

Op het Anna van Rijn ben ik in gesprek gegaan met alle oop’ers en nu loop ik mee in de praktijk. Daarnaast ben ik in de stukken gedoken: hoe ziet het organogram van het oop eruit, hoe is dat op andere scholen? Daarover kom ik met een advies, in samenspel met de nieuwe directeur. Want samen opdenken is cruciaal. Het is een vreugde als dat lukt, dan doe ik in gedachten een rondedansje als ik ’s avonds naar huis rijd. Het samen opdenken is er ook met Bureau de Bedoeling. Daar zit veel visie en dat maakt het fijn om te sparren op de inhoud. We hébben het altijd ergens over. Zo loopt de samenwerking prettig gelijk op.”

 

Marieke Giebels bij BdB

Op 1 april heeft docent en coach Marieke Giebels zich aangesloten bij Bureau de Bedoeling. Na haar opleiding aan de Toneelacademie in Maastricht heeft zij zich gespecialiseerd in non-verbale communicatie. Zij werkt vanuit de overtuiging dat er schoonheid zit in kwetsbaarheid en dat het open kijken naar jezelf en anderen ingangen kan bieden naar oplossingen voor grote problemen.

Vanuit haar gecombineerde ervaring als acteur en docent/coach werkt Marieke veel met leidinggevenden die zichzelf anders willen leren reguleren. Bijvoorbeeld om beter te kunnen omgaan met spanning die zij ervaren (denk aan spreken in het openbaar) of met spanning in contacten met anderen. Ook helpt zij professionals die beter willen leren omgaan met medewerkers of cliënten die kampen met onrust of angststoornissen.

Marieke is een van de twee docenten in Nederland die gecertificeerd zijn voor het werken met de Alba-methode, een neurowetenschappelijke theorie voor interventie in groepen. Deze benadering is onder meer interessant voor leidinggevenden die in een groep op een nieuwe manier positie willen leren innemen. Daardoor vervalt de groep niet langer automatisch in dezelfde dynamiek, maar wordt het mogelijk hier actief verantwoordelijkheid voor te nemen.

Persoonlijk kennismaken met Marieke?

Mail naar marieke@bureaudebedoeling of bel 06-42 30 47 62.

Dit is de Bedoeling van Marieke

 

 

 

Gesproken column: Harm Klifman over Vertrouwen

Vertrouwen – het erover hebben staat gelijk aan het vaststellen van een tekort. En dat gebeurt echt heel vaak.

Denk maar aan het tanende vertrouwen in de overheid en in de instituties van onze democratie en rechtstaat.
Denk maar aan de steeds luider klinkende roep om leiderschap in organisaties.
Denk ook maar aan het wantrouwen tussen burgers onderling en aan de groeiende polarisatie over alles wat ons juist bij elkaar zou moeten brengen om tot duurzame oplossingen te komen (klimaat, milieu, ongelijkheid).

De tekst op deze video heft het alom geconstateerde tekort aan vertrouwen niet op, laat staan het verraderlijk sluimerend wantrouwen. Wel wil deze tekst verbinden en deelnemers aan vaak moeizame dialogen een basis voor verstandhouding en verder gesprek aanbieden.
De situatie is urgent, de noodzaak meer dan evident.

 

Uitnodiging: anders kijken naar strategie

Een strategie kan organisaties zowel in slaap sussen als alert maken. Gaat de energie vooral zitten in de totstandkoming van strategische plannen en valt het gesprek daarna stil? Of lukt het om van strategie een vaardigheid te maken (‘strategiseren’) waarmee je iedereen in de organisatie wakker schudt? Bureau de Bedoeling doet onderzoek naar een andere kijk op strategie en nodigt bestuurders en leidinggevenden uit om mee te denken. Interesse?
Lees hier ons eerste essay en meld je aan (mail naar anouk@bureaudebedoeling.nl).

Op zoek naar identiteit (Sinan Çankaya)

Onlangs las ik het boek ‘Mijn ontelbare identiteiten’ van Sinan Çankaya. Dit fragment (over de zoektocht naar identiteit van vele Nederlandse jongeren met een niet-westerse achtergrond) wil ik graag met je delen:

“Nationalisme is voor mij geen droge theorie, geen ver-van-mijn-bedshow. Die ene woensdagavond dat Clarence Seedorf mijn leven aanraakte, werd me dat heel duidelijk.
In de jaren negentig voetbalde Nederland meermaals tegen Turkije. Gekluisterd aan de televisie volgde ik eerst gespannen en toen met ongeloof de loting voor de kwalificatiewedstrijden. Weer in een poule ‘met Nederland? Verslagen gooide ik de afstandsbediening richting de televisie om die vervolgens weer gedwee op te rapen, omdat er een felle waarschuwing vanuit de keuken tot mij kwam. Ik wantrouwde de voorzitters van de FIFA, João Havelange en Sepp Blatter, om andere redenen dan waar de voetbalwereld hen om verguisde, en meende vastberaden dat de mannen het samenzweerderige plan hadden opgevat om mij van een onbekommerde jeugd te beroven. Zowel in 1994 als in 1998 zat Turkije in een poule met Nederland voor de kwalificatiewedstrijden van het wereldkampioenschap voetbal. Turkije zou steeds verliezen. Vrij snel werd duidelijk dat er beduidend meer op het spel stond dan kwalificatie voor het eindtoernooi: de wedstrijden werden een symbool van een ‘gebrekkige integratie’, ze golden als het bewijsstuk van de ontbrekende loyaliteit van migranten in een verward land dat aan besluiteloosheid over diezelfde migranten ten onder ging. (…)
Al in 1992, ik was tien jaar oud, besloten mijn klasgenoten dat ik voor Turkije was. Dat geschiedde op mijn basisschool, in een sterk etnisch gemêleerde klas. Dit onomkeerbare sentiment zou met de jaren aanzwellen. Na het verlies in 1992 (3-1 winst voor Nederland) en in 1993 (idem) werd ik door klasgenoten, vrienden en kennissen van de voetbalclub wekenlang getrakteerd op hoongelach. Ik moest tot in den treure Turkengrappen ondergaan. In die jaren waren scheldwoorden overbodig; het woord ‘Turk’ vormde geen denominatie voor een etnische groep maar was een scheldwoord op zichzelf. ‘Turk’ behoefde geen negatieve kwalificaties.
Ik was zo’n Turk, en dus voor Turkije.
Ook in de aanloop naar de wedstrijd op 2 april 1997 in het zogezegd ‘kolkende’ Atatürk Stadion in Bursa (in alle kranten kwam je het bijvoeglijk naamwoord ‘kolkende’ tegen), had iedereen in mijn grotendeels witte vwo-klas voor mij uitgemaakt waar mijn loyaliteit, affiniteit en solidariteit lagen. Ik stond helemaal niet voor een keuze, kon helemaal niet achteloos meegaan in de feeststemming van mijn klasgenoten. Zelf had ik nog nauwelijks kunnen nadenken over de vraag: om welke keuze ging het nu precies? Dat de druk om te integreren maar één kant opgaat, ondervond ik daarbij vroegtijdig: waar moest ik in vredesnaam in integreren? Ik zat op het vwo, haalde goede cijfers en sprak beter Nederlands dan de verzameling mompelende boeren uit aangrenzende gemeenten. Maar toen het erop aankwam, was ik plots weer een Turk, en voor Turkije. Geleidelijk aan nam ik de rol van Turk op mij. Ik zou hem een tijdlang met zo’n overtuiging, verve en blinde passie vertolken, dat ik op den duur vergat hoe deze ‘keuze’ ooit tot stand was gekomen.” (…)

Knokken om je potentie waar te maken: het verhaal van Sümer

“Als je in het onderwijs slimmer overkomt dan ze verwachten, laten ze je dat voelen. Studenten omarmen dat beeld, ze internaliseren het. Als ik een woord als ‘speculeren’ gebruikte, werd ik uitgelachen.”

Hoewel Sümer Şen tijdens zijn schoolloopbaan keer op keer geconfronteerd werd met een gebrek aan vertrouwen in zijn capaciteiten, bleef hij volhouden. De mensen die hem wél steunden op zijn pad, speelden een cruciale rol in zijn ontwikkeling. Inmiddels is Sümer 24 jaar en tutor aan de faculteit filosofie van de Radboud Universiteit. Trots deelt hij zijn verhaal, in het eerste van een reeks interviews voor Bureau de Bedoeling die we op termijn gaan bundelen.

Lees hier het verhaal van Sümer.

In gesprek op de Belgische ambassade

Eind vorig jaar publiceerden Robbin en ik onder de titel ‘Verrijk de wereld, ga een vriendschap aan’ een visie op het omgaan met verschillen die eindigde met de uitnodiging om samen een stukje op te lopen, om op reis te gaan in de wereld van een ander. Op die oproep zijn al veel bijzondere ontmoetingen gevolgd. Een daarvan was een lunchafspraak die ik onlangs had met de Belgische ambassadeur in Nederland. We hadden een fijn gesprek over de verschillen en overeenkomsten in de maatschappelijke integratievraagstukken in onze landen.

We constateerden dat jongeren met een niet-westerse familieachtergrond zowel in Nederland als België enorm op zoek zijn naar hun identiteit. In hoeverre ben ik Nederlander of Belg, in hoeverre (bijvoorbeeld) Marokkaan of Turk? Een belemmerende factor is de organisatie van het maatschappelijk middenveld rond deze jongeren. De organisaties waar deze jongeren in hun dagelijks leven mee te maken hebben, zijn grotendeels (nog?) langs etnische lijnen georganiseerd. Een Nederlandse of Belgische jongere met een Turkse achtergrond komt vooral met Turkse invloeden in aanraking, een Nederlandse of Belgische jongere met een Marokkaanse achtergrond met Marokkaanse invloeden. Jongeren blijven daardoor langs etnische lijnen denken. En dat staat de ontwikkeling van hun identiteit als Nederlander of Belg in de weg. Wat kunnen we daaraan doen? Helpt het als geestelijk leiders niet langer in landen van herkomst worden opgeleid, maar in Nederland en België? En hoe maken we jongeren echt nieuwsgierig naar de wereld van een ander?

“Hoe maken we jongeren echt nieuwsgierig naar de wereld van een ander?”

Die laatste vraag staat centraal in de trainingen socratische gespreksvoering die ik zowel in Nederland als in België verzorg. In socratische gesprekken kom je los van absolute waarden. Je stelt je oordeel uit om open te kunnen onderzoeken. Je gaat op reis in de wereld van een ander. Want de beste manier om verschillen te overbruggen, is persoonlijk contact. Verrijk de wereld, ga een vriendschap aan. (P.S. Mijn uitnodiging voor een persoonlijke ontmoeting geldt nog steeds. Heb je interesse, mail naar yassin@bureaudebedoeling.nl.)

Meer weten over de zoektocht naar identiteit van jongeren met een niet-westerse familieachtergond? Lees ook eens dit boek.

Interim in coronatijd (4): Toon Kuijs

Toon Kuijs werkt sinds maart 2020 via BdB als teamleider a.i. bij NUOVO in Utrecht (Trajectum College, Power College en – vanaf februari 2021 – Anna van Rijn College).

“Ik had net mijn reguliere baan in het onderwijs afgesloten toen de corona-epidemie uitbrak. Wat nu?, dacht ik nog even. Zes weken later kon ik via Bureau de Bedoeling aan de slag op het Trajectum College.

Starten op een school in lockdown is heel apart. Je wilt zorgen dat je benaderbaar bent. Ik ben meteen mensen op gaan zoeken en heb binnen een maand met iedereen een kennismakingsgesprek gevoerd. Ook ben ik – als het kan en veilig is – zoveel mogelijk op locatie aanwezig. Als je benaderbaar bent, heb je sneller contact. Het helpt ook als je zelf ervaring hebt met de onderwerpen waar collega’s mee bezig zijn.

“Hoe lastig de situatie door corona ook is, er zijn ook positieve kanten. Er is een wens om samen oplossingen te vinden, ineens is het mogelijk om over bezwaren heen te stappen.”

Een interimopdracht in coronatijd is een dubbele uitdaging. De veelzijdigheid en afwisseling die ik in het interimwerk zocht, heb ik het afgelopen jaar zeker gevonden. En hoe lastig de situatie door corona ook is, er zijn ook positieve kanten. Mensen zijn dichter tegen elkaar aan gekropen. Er is een wens om samen oplossingen te vinden. Ineens is het mogelijk om over bezwaren heen te stappen, waardoor bijvoorbeeld in het didactisch gebruik van ICT grote stappen zijn gezet. Ik hoop dat dit voor een blijvende verrijking van het onderwijsaanbod zorgt.”

 

Interim in coronatijd (3): Astrid Ruijtenberg

Astrid Ruijtenberg werkt sinds augustus 2020 via BdB als directeur a.i. van Mytylschool De Sprienke en de Deltaschool (so/vso) in Goes.

“Dit was mijn eerste interimopdracht, en ik heb er geen moment spijt van gehad. Ik houd van uitdaging, van afwisseling, van het ‘kort-en-krachtige’ van interimwerk. Voorheen heb ik veel in scholen gewerkt waar iets aan de hand was. Dat maakt de stap naar werken met een interimopdracht minder groot.

De start verschilt eigenlijk weinig van die in een vaste baan. Je brengt zo snel mogelijk de organisatie in kaart: wat is er nodig? Klopt dat met wat ik gehoord heb? Wat zie ik wel, wat niet? Communiceren met een nieuw team is in coronatijd natuurlijk wel een uitdaging. Veel gaat via Zoom of in kleiner comité dan normaal. Maar met een goede weekmemo en veel mailtjes en berichtjes kom je een eind. Wel merk je dat iedereen in de modus staat van ‘de belangrijkste dingen eerst’. Het organiseren van het onderwijs eist de aandacht op. Toen alle leerlingen nog naar school kwamen, was het continu schakelen: ‘Heeft er iemand klachten? Waar vinden we vervanging?’ Nu, in de lockdown, komen alleen kinderen met een kwetsbare thuissituatie naar school. Dat is minder hectisch, maar heeft wel weer gevolgen voor onze begroting, omdat zorgmiddelen van leerlingen met hen meeverhuizen.

“Iedereen staat in de modus van ‘de belangrijkste dingen eerst, het organiseren van het onderwijs eist de aandacht op.”

Hoe dan ook is het belangrijk om goed in contact te blijven met je opdrachtgever, het bestuur. Het is fijn dat er iemand van Bureau de Bedoeling met je meedenkt. Als het nodig is, heb je altijd iemand om mee te sparren, iemand die feedback geeft, die even mee kan lezen.

Inmiddels ben ik mijn opdracht aan het afronden, er is een vaste directeur benoemd. Het is vreemd om te vertrekken terwijl het werk voor je gevoel pas net begint. Tegelijkertijd kijk ik uit naar een nieuwe opdracht, een nieuwe puzzel. Van collega’s hoor ik terug dat ik ook in deze korte tijd iets voor ze heb kunnen betekenen. Dat vind ik fijn, dat mijn werk ertoe heeft gedaan.”