De bedoeling volgens Andre de Best

“Pas als je de bedoeling kent, kun je het goed doen”

Als groepsleerkracht was de spannendste schooldag de eerste in het schooljaar. Dan zaten er nieuwe kinderen in de klas die je nog moest leren kennen. En de kinderen moesten jou leren kennen. Een verzameling van karakters en talenten die samen een groep vormen. Het belangrijkste vond ik als leerkracht, dat iedereen veilig zichzelf kon en mocht zijn, maar wel rekening moest houden met elkaar. Vanaf dag 1 maakte ik de kinderen duidelijk wat er van ze verwacht werd en wat ze van mij konden verwachten. Het was belangrijk om dit, zeker de eerste weken geregeld te herhalen, tot het een vanzelfsprekendheid werd.

Als directeur en bestuurder heb ik door de jaren heen ontdekt dat, wat er gebeurt in de eerste schoolweken, lijkt op de eerste werkweken in een nieuwe organisatie. Het verschil is alleen dat de organisatie al bestaat en dat jij nieuw binnenkomt…. Dat vraagt om geduld en nieuwsgierigheid. Het is van groot belang om de organisatie snel te leren kennen. Dat lukt alleen als je in gesprek gaat met de mensen die in die organisatie werken. Door de juiste vragen te stellen kom je erachter wat het gezamenlijk doel van de organisatie is en wat het persoonlijk doel van de medewerkers. Het is mijn bedoeling om deze twee te verbinden en de talenten van mensen daarbij optimaal te benutten.

Kleine vaardigheden, grote gevolgen

We hebben in Den Haag – zo schijnt – een probleem met de bestuurscultuur. Waarbij diegenen die dit constateren, vaak naar een ander wijzen om verschil te maken. De vraag ‘wie heeft het gedaan’, wordt veel vaker gesteld dan de vraag ‘waarom het zo is gegaan’. Dit is volgens ons geen typisch Haags probleem, maar een uiting van een algemeen gebrek aan aandacht voor kleine vaardigheden. Luisteren, waarnemen, vragen stellen, ordenen en samenvatten: het zijn kleine, maar essentiële vaardigheden, die we vaak vergeten toe te passen, juist als het er echt om gaat. Het gevolg is vaak dat er ‘arme’ oplossingen op tafel komen, waarmee niet iedereen in de organisatie zich verbonden voelt. Door onszelf niet als consument maar als producent van de (bestuurs)cultuur in organisaties te zien, kunnen jij en ik verschil maken. Want kleine vaardigheden hebben grote gevolgen, en door alert te zijn op onze eigen kleine vaardigheden zetten we de toon voor een andere cultuur. Daarover schreven we een artikel, dat je kunt vinden op de pagina publicaties. We horen graag wat je ervan vindt.

 

Knokken om je potentie waar te maken (2): het verhaal van Glenn

In deel twee van onze reeks over jongeren die ondanks een moeilijke schoolloopbaan hun talenten waarmaken: het verhaal van Glenn Ederveen (26). Lange tijd werd hij een ‘probleemkind’ genoemd. “Ik haalde goede cijfers, maar ik was ook druk en lastig. Daarom werd ik op jonge leeftijd al naar het speciaal onderwijs gestuurd. Omdat ik thuis ook lastig was, ging ik daarnaast naar dagbesteding.” Hij heeft er maar weinig goede herinneringen aan. Maar dat verandert als hij het Hout- en meubileringscollege  (HMC) ontdekt. Glenn blijkt talent te hebben:  al snel wordt hem gevraagd te assisteren tijdens de lessen en niet lang daarna gaat hij zelf lesgeven. Nu is hij een succesvol meubelmaker met een goedlopend bedrijf. “Maar ik hou nog altijd graag praatjes op scholen en beurzen als ambassadeur van het HMC. Ik geloof dat het belangrijk is jongeren niet te snel te vertellen dat ze ‘onleerbaar’ zijn, maar samen te blijven zoeken naar wat wél werkt voor iemand.

Je leest het verhaal van Glenn op de pagina publicaties.

Over de wijnboer, de dokter en het scheepskonvooi

Voor bestuurders Annet Kil en Astrid Ottenheym gaat strategie niet over een plan, hoe functioneel dat ook kan zijn: het gaat ten diepste over een leidraad voor hoe mensen zich in de organisatie tot elkaar verhouden en hoe ze daarbinnen hun richting bepalen. Voor haar eigen rol gebruikt Astrid het beeld van een wijnboer: “Hij heeft op veel variabelen totaal geen invloed. Maar hij heeft wel een visie op de smaak van de wijn en hij heeft oog voor details: hier groeit dit plantje, dat betekent dat deze voedingsstoffen in de grond zitten en dat ik dit of dat moet toevoegen.” Annet spreekt liever niet meer over strategie, maar over richting: “De richting bepalen we in de dagelijkse praktijk, daar maken we met elkaar de beste afwegingen. (…) Misschien maken we nog wel een visie op onze route voor de komende vier jaar, maar dat doen we dan zo robuust dat we daarin iedere keer afwegingen kunnen maken die passen bij de context die op dat moment tot andere afwegingen leidt. Wie had toen wij ons koersplan VIER maakten, de komst van Covid voorzien? En toch zou ik er met de kennis van vandaag geen letter aan wijzigen. In het oude denken over vierjarenplannen is dat bizar.”

Het hele interview van Robbin en Femke met Astrid en Annet lees je op de pagina publicaties. Ook meedoen aan een van onze groepsgesprekken over strategie? Stuur een mail naar anouk@bureaudebedoeling.nl onder vermelding van ‘onderzoek strategie’.

‘Je bereikt meer door ook te investeren in het hóe’

Een integrale kijk op bedrijfsvoering is belangrijk, vindt Philip Lommers. Hij werkt sinds februari vanuit BdB op het Anna van Rijn College in Nieuwegein aan een interimopdracht.

“Het grappige is dat ik als directeur in het voortgezet onderwijs lange tijd heb gedacht: ik haal nooit een interimmer in huis. Nu ik er zelf een ben, zie ik pas goed waar de toegevoegde waarde kan zitten. Er zijn dingen die je niet meer opmerkt als je al lang in een organisatie zit. Een buitenstaander ziet die dingen wél. Dat vind ik het mooie: als interimmer kun je er in korte tijd echt toe doen. Binnenkomen met een gerichte opdracht, scherp kijken, zaken in beweging brengen en dan weer een stap terug zetten.

Natuurlijk moet je wel weten waar je het over hebt. De vraag van het Anna van Rijn College gaat over bedrijfsvoering: over extra aandacht voor de mensen van het oop en over de gewenste organisatievorm van de ondersteunende diensten na de fusie van de school met NUOVO. Bij zo’n vraag is het een voordeel als je eerder vanuit een integrale verantwoordelijkheid hebt gewerkt. Bedrijfsvoering is onderdeel van een geheel: als je aan de ene knop draait, gaat de andere mee. Je kijkt naar de cijfers en de getallen én je kijkt naar wat werkt in de praktijk. Naar de papieren werkelijkheid en de werkelijkheid van de mensen en de organisatie.

“We springen snel naar het ‘wat’, terwijl we misschien meer bereiken door een tandje bij te zetten op het proces.”

Ik voel me thuis bij die verbinding tussen processen en mensen. Ik vind het belangrijk goed te kijken naar de randvoorwaarden die ontwikkelingen mogelijk maken. Daar gaat het vaak mis. Er is in het onderwijs een enorme passie om onze maatschappelijke opdracht waar te maken; ideeën buitelen over elkaar heen. We springen snel naar het ‘wat’, terwijl we misschien meer bereiken door een tandje bij te zetten op het ‘hoe dan’, door te investeren in het proces. En in onze drang tot actie raken de ondersteunende diensten soms als eerste ondergesneeuwd.

Op het Anna van Rijn ben ik in gesprek gegaan met alle oop’ers en nu loop ik mee in de praktijk. Daarnaast ben ik in de stukken gedoken: hoe ziet het organogram van het oop eruit, hoe is dat op andere scholen? Daarover kom ik met een advies, in samenspel met de nieuwe directeur. Want samen opdenken is cruciaal. Het is een vreugde als dat lukt, dan doe ik in gedachten een rondedansje als ik ’s avonds naar huis rijd. Het samen opdenken is er ook met Bureau de Bedoeling. Daar zit veel visie en dat maakt het fijn om te sparren op de inhoud. We hébben het altijd ergens over. Zo loopt de samenwerking prettig gelijk op.”

 

Marieke Giebels bij BdB

Op 1 april heeft docent en coach Marieke Giebels zich aangesloten bij Bureau de Bedoeling. Na haar opleiding aan de Toneelacademie in Maastricht heeft zij zich gespecialiseerd in non-verbale communicatie. Zij werkt vanuit de overtuiging dat er schoonheid zit in kwetsbaarheid en dat het open kijken naar jezelf en anderen ingangen kan bieden naar oplossingen voor grote problemen.

Vanuit haar gecombineerde ervaring als acteur en docent/coach werkt Marieke veel met leidinggevenden die zichzelf anders willen leren reguleren. Bijvoorbeeld om beter te kunnen omgaan met spanning die zij ervaren (denk aan spreken in het openbaar) of met spanning in contacten met anderen. Ook helpt zij professionals die beter willen leren omgaan met medewerkers of cliënten die kampen met onrust of angststoornissen.

Marieke is een van de twee docenten in Nederland die gecertificeerd zijn voor het werken met de Alba-methode, een neurowetenschappelijke theorie voor interventie in groepen. Deze benadering is onder meer interessant voor leidinggevenden die in een groep op een nieuwe manier positie willen leren innemen. Daardoor vervalt de groep niet langer automatisch in dezelfde dynamiek, maar wordt het mogelijk hier actief verantwoordelijkheid voor te nemen.

Persoonlijk kennismaken met Marieke?

Mail naar marieke@bureaudebedoeling of bel 06-42 30 47 62.

Dit is de Bedoeling van Marieke

 

 

 

Gesproken column: Harm Klifman over Vertrouwen

Vertrouwen – het erover hebben staat gelijk aan het vaststellen van een tekort. En dat gebeurt echt heel vaak.

Denk maar aan het tanende vertrouwen in de overheid en in de instituties van onze democratie en rechtstaat.
Denk maar aan de steeds luider klinkende roep om leiderschap in organisaties.
Denk ook maar aan het wantrouwen tussen burgers onderling en aan de groeiende polarisatie over alles wat ons juist bij elkaar zou moeten brengen om tot duurzame oplossingen te komen (klimaat, milieu, ongelijkheid).

De tekst op deze video heft het alom geconstateerde tekort aan vertrouwen niet op, laat staan het verraderlijk sluimerend wantrouwen. Wel wil deze tekst verbinden en deelnemers aan vaak moeizame dialogen een basis voor verstandhouding en verder gesprek aanbieden.
De situatie is urgent, de noodzaak meer dan evident.

 

Uitnodiging: anders kijken naar strategie

Een strategie kan organisaties zowel in slaap sussen als alert maken. Gaat de energie vooral zitten in de totstandkoming van strategische plannen en valt het gesprek daarna stil? Of lukt het om van strategie een vaardigheid te maken (‘strategiseren’) waarmee je iedereen in de organisatie wakker schudt? Bureau de Bedoeling doet onderzoek naar een andere kijk op strategie en nodigt bestuurders en leidinggevenden uit om mee te denken. Interesse?
Lees hier ons eerste essay en meld je aan (mail naar anouk@bureaudebedoeling.nl).

Op zoek naar identiteit (Sinan Çankaya)

Onlangs las ik het boek ‘Mijn ontelbare identiteiten’ van Sinan Çankaya. Dit fragment (over de zoektocht naar identiteit van vele Nederlandse jongeren met een niet-westerse achtergrond) wil ik graag met je delen:

“Nationalisme is voor mij geen droge theorie, geen ver-van-mijn-bedshow. Die ene woensdagavond dat Clarence Seedorf mijn leven aanraakte, werd me dat heel duidelijk.
In de jaren negentig voetbalde Nederland meermaals tegen Turkije. Gekluisterd aan de televisie volgde ik eerst gespannen en toen met ongeloof de loting voor de kwalificatiewedstrijden. Weer in een poule ‘met Nederland? Verslagen gooide ik de afstandsbediening richting de televisie om die vervolgens weer gedwee op te rapen, omdat er een felle waarschuwing vanuit de keuken tot mij kwam. Ik wantrouwde de voorzitters van de FIFA, João Havelange en Sepp Blatter, om andere redenen dan waar de voetbalwereld hen om verguisde, en meende vastberaden dat de mannen het samenzweerderige plan hadden opgevat om mij van een onbekommerde jeugd te beroven. Zowel in 1994 als in 1998 zat Turkije in een poule met Nederland voor de kwalificatiewedstrijden van het wereldkampioenschap voetbal. Turkije zou steeds verliezen. Vrij snel werd duidelijk dat er beduidend meer op het spel stond dan kwalificatie voor het eindtoernooi: de wedstrijden werden een symbool van een ‘gebrekkige integratie’, ze golden als het bewijsstuk van de ontbrekende loyaliteit van migranten in een verward land dat aan besluiteloosheid over diezelfde migranten ten onder ging. (…)
Al in 1992, ik was tien jaar oud, besloten mijn klasgenoten dat ik voor Turkije was. Dat geschiedde op mijn basisschool, in een sterk etnisch gemêleerde klas. Dit onomkeerbare sentiment zou met de jaren aanzwellen. Na het verlies in 1992 (3-1 winst voor Nederland) en in 1993 (idem) werd ik door klasgenoten, vrienden en kennissen van de voetbalclub wekenlang getrakteerd op hoongelach. Ik moest tot in den treure Turkengrappen ondergaan. In die jaren waren scheldwoorden overbodig; het woord ‘Turk’ vormde geen denominatie voor een etnische groep maar was een scheldwoord op zichzelf. ‘Turk’ behoefde geen negatieve kwalificaties.
Ik was zo’n Turk, en dus voor Turkije.
Ook in de aanloop naar de wedstrijd op 2 april 1997 in het zogezegd ‘kolkende’ Atatürk Stadion in Bursa (in alle kranten kwam je het bijvoeglijk naamwoord ‘kolkende’ tegen), had iedereen in mijn grotendeels witte vwo-klas voor mij uitgemaakt waar mijn loyaliteit, affiniteit en solidariteit lagen. Ik stond helemaal niet voor een keuze, kon helemaal niet achteloos meegaan in de feeststemming van mijn klasgenoten. Zelf had ik nog nauwelijks kunnen nadenken over de vraag: om welke keuze ging het nu precies? Dat de druk om te integreren maar één kant opgaat, ondervond ik daarbij vroegtijdig: waar moest ik in vredesnaam in integreren? Ik zat op het vwo, haalde goede cijfers en sprak beter Nederlands dan de verzameling mompelende boeren uit aangrenzende gemeenten. Maar toen het erop aankwam, was ik plots weer een Turk, en voor Turkije. Geleidelijk aan nam ik de rol van Turk op mij. Ik zou hem een tijdlang met zo’n overtuiging, verve en blinde passie vertolken, dat ik op den duur vergat hoe deze ‘keuze’ ooit tot stand was gekomen.” (…)

Knokken om je potentie waar te maken: het verhaal van Sümer

“Als je in het onderwijs slimmer overkomt dan ze verwachten, laten ze je dat voelen. Studenten omarmen dat beeld, ze internaliseren het. Als ik een woord als ‘speculeren’ gebruikte, werd ik uitgelachen.”

Hoewel Sümer Şen tijdens zijn schoolloopbaan keer op keer geconfronteerd werd met een gebrek aan vertrouwen in zijn capaciteiten, bleef hij volhouden. De mensen die hem wél steunden op zijn pad, speelden een cruciale rol in zijn ontwikkeling. Inmiddels is Sümer 24 jaar en tutor aan de faculteit filosofie van de Radboud Universiteit. Trots deelt hij zijn verhaal, in het eerste van een reeks interviews voor Bureau de Bedoeling die we op termijn gaan bundelen.

Lees hier het verhaal van Sümer.